Astronomen die de Hubble-ruimtetelescoop gebruiken, hebben een ongekende kosmische gebeurtenis waargenomen: een massieve jonge ster die een straal heet gas door de interstellaire ruimte schiet met een snelheid van 2,2 miljoen mijl per uur (3,5 miljoen kilometer per uur). Deze uitstroom, de snelste ooit gemeten, strekt zich uit over een verbazingwekkende 32 lichtjaar – ruwweg 8 tot 10 maal de diameter van ons zonnestelsel.
De Protostar en zijn uitstroom
De bron van deze spectaculaire uitbarsting is een protoster die bekend staat als IRAS 18162-2048 en zich op een afstand van ongeveer 5500 lichtjaar bevindt in de moleculaire wolk L291. Deze protoster is al twintig keer zo zwaar als onze zon, waardoor het een van de meest energetische sterrenkraamkamers is die tot nu toe zijn waargenomen. De gebeurtenis wordt gevisualiseerd door twee gloeiende formaties, HH 80 en HH 81, die in opvallende neongroene en roze tinten verschijnen in het Hubble-beeld.
Hoe sterrenjets ontstaan
Protosterren verbruiken niet rechtstreeks gas; in plaats daarvan voeden ze zich vanuit een wervelende schijf van materiaal, een zogenaamde accretieschijf. Terwijl gas en stof naar binnen spiralen, kanaliseren krachtige magnetische velden plasma van deze schijf naar de polen van de ster, waardoor het als hogesnelheidsstralen de ruimte in wordt geschoten. Dit proces is rommelig, net als het voeden van een menselijke baby, maar cruciaal voor de ontwikkeling van sterren.
Herbig-Haro-objecten uitgelegd
De gloeiende gebieden, HH 80 en HH 81, staan bekend als Herbig-Haro (HH)-objecten. Ze ontstaan wanneer deze jets botsen met eerder uitgestoten gas, waardoor schokgolven ontstaan die het omringende materiaal tot extreme temperaturen verwarmen, wat resulteert in hun karakteristieke heldere gloed. Deze objecten zijn niet ongewoon, maar dit is de eerste keer dat er één is waargenomen, aangedreven door een massieve jonge ster. Voorheen werden dergelijke jets alleen bevestigd door kleinere, minder energieke protosterren.
Hubble’s rol bij ontdekking
Hubble’s Wide Field Camera 3 was essentieel bij het vastleggen van deze gebeurtenis. Dankzij de gevoeligheid en resolutie van de telescoop kunnen astronomen zelfs de kleinste veranderingen binnen deze kosmische structuren bestuderen. De beelden van HH 80 en HH 81 zijn beschikbaar sinds 1995, maar de nieuwste gegevens laten zien waarom Hubble een cruciaal instrument blijft voor astronomisch onderzoek, zelfs na dertig jaar in gebruik te zijn geweest.
Deze waarneming benadrukt de dynamische processen bij stervorming en onderstreept hoeveel we nog moeten leren over de vroege levens van massieve sterren.
De ontdekking biedt een zeldzaam kijkje in de gewelddadige maar cruciale stadia van de ontwikkeling van sterren en biedt inzicht in hoe massieve sterren hun omgeving en het wijdere sterrenstelsel vormgeven.






























